Vanuit eigen ervaring weet ik hoe het is om vast te zitten in systemen die goed werken voor het systeem zelf — maar niet voor de mens erin, en niet voor de wereld eromheen.
Ik groeide op in een omgeving waarin verwachtingen en projecties zwaarder wogen dan ruimte voor gevoel en eigenheid, en waarin nauwelijks werd gesproken over wat er vanbinnen leefde — zeker niet als man. Later werkte ik jarenlang in de corporate wereld, waarin cijfers, KPI’s en resultaat leidend waren, en welzijn, betekenis, passie en compassie, en intuïtie nauwelijks meetelden — een dynamiek die ik bij veel mannen van mijn generatie herken.
Niemand dwong me om klakkeloos mee te blijven gaan in deze systemen. Het waren mijn eigen keuzes — keuzes die logisch waren binnen de patronen die ik had meegekregen.
Aan de buitenkant leek dit allemaal te kloppen.
Van binnen raakte ik steeds verder verwijderd van wat mij werkelijk voedde — en van wat ik nog bijdroeg aan het grotere geheel.